0

Behanginstructies

Behang inlijmen, laten rusten en op de muur aanbrengen (papierbehang)

 

  • 1. Knip de banen op de juiste lengte en neem een extra marge van 5 à 10 cm aan de boven- en onderkant. Bij wandbekleding met een patroon (rapport), de banen precies tegen elkaar leggen en één voor één afsnijden zodat het patroon goed aansluit. Wanneer u alle stroken in een keer op maat gaat snijden, geef dan de banen dun met potlood een nummer zodat u weet wat de volgorde van alle behangstroken is.
  • 2. Leg een behangbaan met de rugzijde naar boven op de behangtafel.
  • 3. Smeer de hele baan, vanuit het midden, gelijkmatig in met lijm. Denk ook aan de randen en de hoeken.
  • 4. Sla vervolgens de baan vanaf de uiteinden naar het midden toe dicht. Rol de dichtgeslagen baan lichtjes op en laat deze vervolgens, afhankelijk van het type behang, drie tot vijf minuten inweken (volg de richtlijnen op het etiket van de rol).
  • 5. Begin met behangen aan de kant van de belangrijkste lichtbron/raam.
  • 6. Pak de eerst ingelijmde en opgevouwen baan behang en laat het onderste deel dichtgevouwen. Pak de bovenkant van de baan met twee handen vast en plak deze (met een klein beetje overlap (ongeveer 3 cm) met het plafond) tegen de muur.
  • 7. Gebruik een behangborstel om het behang lichtjes aan te wrijven. Indien te krachtig wordt aangewreven zal het papier extra uitrekken en zal dat later in de vorm van open naden een minder mooi eindresultaat geven.
  • 8. Verwijder lijmresten die aan de voorkant van het behang terecht zijn gekomen direct met een vochtige spons met lauw water.
  • 9. Gebruik voor de naden een aandrukroller (alleen gebruiken bij gladde behangsoorten).
  • 10. Snijd het overtollige behang aan de boven- en onderkant af met een afbreekmesje. Houd een behangspatel tegen de plint zodat het mesje het behang recht, netjes en strak kan afsnijden (breek het mesje na maximaal 4 x snijden af).
  • 11. Plak de volgende baan behang op dezelfde manier en zorg ervoor dat het patroon goed aansluit op de baan die daarvoor aan de wand is geplakt.

 

 

Muur inlijmen en behang droog aanbrengen (vliesbehang)

 

  • 1. Lijm de muur gelijkmatig in met behanglijm voor vliesbehang.
  • 2. Begin met behangen aan de kant van de belangrijkste lichtbron/raam.
  • 3. Breng het behang direct aan op de muur. Indien gewenst kunt u de banen vooraf op maat knippen maar u kunt ook het behang gelijk vanaf de rol aanbrengen.
  • 4. Plak de bovenkant van de eerste baan behang, met een klein beetje overlap (ongeveer 3 cm) tegen het plafond, aan de muur. Werk van boven naar onder en plak de hele (op maat geknipte) behang baan tegen de wand.
  • 5. Gebruik een behangborstel om het behang lichtjes aan te wrijven. Indien te krachtig wordt aangewreven wordt het papier extra uitgerekt en zal dat later in de vorm van open naden een minder mooi eindresultaat geven.
  • 6. Gebruik eventueel een (aandruk-)roller voor de naden.
  • 7. Snijd het overtollige behang aan de boven- en onderkant af met een afbreekmesje. Houd een behangspatel tegen de plint zodat het mesje het behang recht, netjes en strak kan afsnijden (breek het mesje na maximaal 4 x snijden af).
  • 8. Plak de volgende baan behang op dezelfde manier en zorg ervoor dat het patroon goed aansluit op de baan die daarvoor aan de wand is geplakt.

 

Stortend plakken

 

Stortend plakken betekent dat u de plakrichting per behangbaan verandert. Bij de ene baan plakt u bijvoorbeeld het kleurgedeelte aan de linkerkant en bij de volgende baan plak u dit weer aan de rechterkant (dus om en om). De belangrijke reden om deze manier van plakken toe te passen is om zo een grootser effect te creëren (bijvoorbeeld bij een dip-dye patroon).

Dit behang kunt u natuurlijk ook gewoon normaal plakken (alle banen in dezelfde richting). De keuze is aan u. Het verschil in effect kunt u hieronder bekijken.

 

Normaal plakken        
   

 

 

 

Stortend plakken        

 
 

 

 

 

 


 

 


  

 

Bezig met laden...